Laden Evenementen
  • Dit evenement is voorbij.

11 februari, 2023 | 1:30 pm 5:00 pm

Op zaterdag 11 februari organiseert de werkgroep Klimaat van De Socialisten een discussiemiddag over ecosocialisme. De discussiemiddag is bedoeld voor leden en belangstellenden van De Socialisten. Aan de hand van een aantal teksten en stellingen willen we het hebben over onze visie op het ecosocialisme.

De deelname is gratis, maar een vrijwillige donatie is welkom.

Meer informatie over ecosocialisme:

Energiebesparing voor iedereen
(bijdrage over klimaat in het kader van de vorige gemeenteraadsverkiezingen maakte voor Socialisten 010/ SP)

Ons klimaatbeleid moet eerlijker. Fossiele bedrijven en grote vervuilers krijgen miljarden euro subsidie. Miljarden die niet naar groene energie voor iedereen gaan. De tien procent van de allerrijksten in de wereld zijn verantwoordelijk voor bijna de helft van de CO2 uitstoot. Uitstoot die leidt tot klimaatverandering met als gevolg hittegolven, watertekorten, vervuilde lucht, afnemende biodiversiteit en gezondheidsschade.

De huidige markteconomie drijft op die grote fossiele bedrijven en heeft deze klimaatcrisis veroorzaakt. Shell bijvoorbeeld wist al jaren wat haar jacht op meer winst voor gevolgen had voor de leefbaarheid van onze planeet. Moet zij dan nu weer gesubsidieerd worden om te verdienen aan de ellende die ze mede heeft veroorzaakt?

Het temmen van dit soort bedrijven moet onderdeel zijn van een rechtvaardig klimaatbeleid. Nu zijn mensen met de minste invloed op klimaatontwrichting het kind van de rekening.

Het is tijd voor andere politieke keuzes. Klimaatbeleid moet eerlijker. In Nederland, maar ook in Rotterdam. Dat betekent klimaatbeleid waarbij we zorgen dat de doelen wel gehaald worden, we echte groene banen creëren én waarmee we ervoor zorgen dat huishoudens erop vooruitgaan.

De energietransitie kunnen we niet overlaten aan bedrijven die winstmaximalisatie als doel hebben. Dat zal alleen maar leiden tot andere verdienmodellen waarmee de rijken nog rijker worden.

Eerlijk klimaatbeleid begint met het terugbrengen van zeggenschap over onze woningen, energievoorziening  openbare ruimte en vervoer. Niet meer marktconcurrentie maar meer zeggenschap, samenwerking en een sterke regie vanuit een democratische overheid. Dit zijn voorwaarden om te zorgen dat iedereen in een veilig, gezond en duurzaam huis kan wonen met een lage energieprijs. Iedereen gezond en duurzaam voedsel kan kopen en duurzaam kan reizen tegen een betaalbare prijs.

Een rechtvaardige klimaatbeleid pakt energiearmoede aan en zorgt dat de lage inkomens erop vooruitgaan.  Subsidie voor energieopwekking zetten we alleen in als deze schoon, duurzaam en democratisch georganiseerd is. De gemeente helpt zeggenschap en sturing op onze energievoorziening organiseren door collectieve energie coöperaties op te zetten met vereenvoudigde procedures en professionele ondersteuning. Daarnaast komt er een Fonds Lokale Initiatieven. Dit fonds steunt lokale ideeën op het gebied van ener­giebesparing en energieopwekking met een eenmalige bijdrage. Niet alleen bewoners maar ook bedrijven, stichtingen, verenigingen en instellingen kunnen gebruik maken van dit fonds.

Deze democratisch georganiseerde coöperaties wekken groene energie op die mensen willen en profiteren. Mensen moeten meebeslissen en meedelen.

Het grootschalig verduurzamen van woningen begint door fors te investeren in isoleren en zonnepanelen te plaatsen op elk geschikt dak. Dit doen we collectief, zoals ook ooit de aanleg van riolering en de aansluiting op gas collectief is uitgevoerd. Zo besparen we energie, verlagen we de energierekening en lossen we het probleem van vochtige en tochtige huizen op.

In Rotterdam verduurzamen we jaarlijks 10.000 woningen met een stijging tot energielabel A of B waarbij de prioriteit ligt bij woningen met een energielabel D of lager. Hierover maakt de gemeente in de prestatieafspraken scherpere afspraken met de woningbouwcorpora­ties en huurdersorganisaties.

Naast isoleren is besparen een belangrijke stap. Er komt een stedelijk energiebesparingsoffensief waarin alle betrok­ken partijen – corporaties, gemeente, energiebedrijven, huurdersverenigingen – zich committeren aan energiebesparing in woningen. Dit wordt gecombineerd met een gemeentelijk werkgelegenheidsproject voor het opleiden van installateurs en wijkgerichte energiebesparingsteams die zich richten op voorlichting. Hiervoor komt extra budget voor de opleiding van vrijwillige milieucoaches, zoals nu al gebeurt via het Rotterdams Milieucentrum. Milieucoaches geven zelfstandig voorlichting in hun eigen netwerk over energie-, waterbesparing en duurzaamheid in eigen huis.

Er komt een centraal duurzaamheidsloket waar bewoners terecht kunnen voor informatie en advies over duurzaam (ver)bouwen, ener­gie besparen, energie opwekken, beschikbare stimuleringsmaatregelen en fiscale voordelen.

De gemeente onderzoekt samen met de vakbonden en werkgevers hoeveel werknemers nodig zijn voor dit uitgebreide isolatie en energiebesparingsprogramma. Er wordt fors geïnvesteerd in her- om- en bijscholing met garantie op goede arbeidsvoorwaarden.

De gemeente geeft zelf het goede voorbeeld en neemt alle energiebesparende maatregelen in gemeentelijke gebouwen die in vijftien jaar kunnen worden terugverdiend, te beginnen bij nieuw­bouwprojecten en grote energieverspillende gebouwen. Hierbij worden werknemers en gebruikers betrokken. Er komen zonnepanelen op al het gemeentelijk vastgoed. Elke lamp in de straatverlichting wordt – als deze stukgaat – vervan­gen door ledverlichting. Bekeken wordt op welke plaatsen de straatverlichting tussen 01.00 en 06.00 uur ’s morgens gedimd kan worden. Verlich­ting van gebouwen en monumenten gaat ’s nachts uit.

De stad krijgt een roterend energiefonds van 10 miljoen. Uit dit ‘revolving’ energiefonds worden leningen verstrekt aan wooncorporaties, huurdersorganisaties en particuliere woningeigenaren (Vve’s) om hun woningen energiezuiniger te maken, als aanvulling op de subsidie beschikbaar vanuit het landelijke energieakkoord.

In bouwvergunningen voor nieuwe woningen en grotere renovatie­projecten worden strenge eisen gesteld aan de duurzaamheid. Nieuwbouwwoningen worden niet langer voorzien van een gasinstal­latie maar aangesloten op het warmtenet en/ of een versterkt elektriciteitsnet. Er worden steviger stappen gezet om bestaande woningen van het gas af te krijgen. Bewonersorganisaties worden vanaf het begin professioneel en onafhankelijk ondersteunt. Opbouwwerker is een onmisbaar beroep in een rechtvaardig klimaatbeleid. Het belang van een leefbare wijk, lokale werkgelegenheid, invloed op de hoogte van hun woonlasten en ideeën van bewoners staan centraal in die ondersteuning.

Hergebruik van warmte in de industrie en gebruik van restwarmte voor verwarming van huizen en gebouwen wordt verplicht. De huidige wurg contracten van het Rotterdamse Warmtebedrijf worden opgezegd. Energie is geen handelswaar maar een mensenrecht. We moeten ons warmtenet voorbereiden zodat het in de toekomst openstaat voor lokale collectieve initiatieven en niet alleen afhankelijk is van de warmte van de grote industrie. De energie transitie is meer dan een verdienmodel voor het Warmtebedrijf, het Haven- en industriecomplex en de energiebedrijven.

De gemeente zorgt ervoor dat het windenergie-potentieel in de haven volledig wordt benut.

De kolencentrales op de Maasvlakte gaan dicht. Contracten met kolenoverslagbedrijven worden niet automatisch verlengd en bedrijven in de clean-tech krijgen voorrang op de traditionele pe­trochemie. Voor werknemers wordt een fatsoenlijk afvloeiings- of omscholingstraject geregeld.

Het Havenbedrijf voert een systeem in waarbij schone schepen voorrang krijgen op stookolie-reuzen. Ze bouwt haar investering in fossiele activiteiten in andere havens af.

Groen en milieu

Groenbeleid is er op de eerste plaats voor een leefbare stad voor Rotterdammers en de Rotterdamse natuur. Niet om de stad op te leuken voor het uitzicht van onze topappartement bewoners en toeristen. Speciale aandacht is nodig voor die wijken waar bewoners het al lastig hebben, klein wonen en de leefbaarheid onder druk staat.

Er komen betere verbindingen tussen de groene zones in de stad. Dit komt de biodiversiteit ten goede. Een drukke stad als Rotterdam heeft groene longen nodig. We vergroenen aan drietal corridors door de stad: het traject van de Rot­te, de Hofbogen, de Schiedamseweg, de Claes de Vrieselaan, Dordtse­laan/Maashaven Oostzijde en de Goudsesingel.

Er komt één wethouder die over dierenwelzijn en stadsnatuur gaat. Deze gaat opkomen voor huis- en in het wild levende dieren, vogels, vissen en amfibieën, maar ook bomen, ander groen dat goed is voor de Rotterdammers, maar van levensbelang voor dieren, vogels, bijen en insecten. Deze wethouder moet samen met de klankbordgroep die­renwelzijn en stadsnatuur aan de slag. Rotterdammers die met groen aan de slag willen kunnen voortaan bij één loket terecht.

We bouwen niet in parken, maar koesteren deze groene verblijfsplek­ken voor de stad. Het aantal festivals in parken wordt gereguleerd en enkel nog voor festivals die aan duurzaamheidseisen voldoen.

We trekken extra geld uit voor vergroening van de stad, in het bijzon­der om waardevolle wijktuinen van tijdelijke aard te kunnen behou­den, in overleg met de betrokken bewoners. Vergroening is nodig om de steeds warmer wordende stad leefbaar te houden.

(Bouw)ambtenaren en politici worden geschoold in dier- en milieu­vriendelijk werken. Bij het maken van rampenplannen betrekken we organisaties als de dierenbescherming en de dierenambulances.

Rotterdam loopt voorop op het gebied van stadslandbouw en moet deze voorhoederol verder invullen. Stadslandbouw en een hechte band met de agrarische sector rond Rotterdam kan de stad duurzamer en socialer maken. We stimuleren en faciliteren stadsboerderijen, buurtmoestuinen en eetbaar groen in parken en plantsoenen in zelfbeheer van bewoners: die verhogen – net als volkstuinen – de hoeveelheid groen in de stad en kunnen de volksgezondheid en socia­le samenhang in de wijk vergroten.

De gemeente zorgt er ook bij aanbesteding van groenonderhoud voor dat er alleen maar duurzame bestrijdingsmethoden worden gebruikt.

Om de biodiversiteit te verbeteren en bijensterfte te voorkomen, gaan we bermen langs wegen minder vaak (of niet) maaien en inzaaien met wilde bloemenmengsels. Groene daken gaan we promoten. Er komen meer fruitbomen in de binnenstad.

De gemeente stimuleert zelfbeheer van plantsoenen en braakliggende grond door bewoners, zo lang dit geen verkapte bezuinigingsmaat­regel is op groenbeheer. De gemeente ontwikkelt een overzicht van tijdelijk niet gebruikte gronden en stimuleert het tijdelijk gebruik van die terreinen.

Bureau Stadsnatuur en het Rotterdams Milieucentrum zijn vast aan­spreekpunt als het gaat om stadsnatuur en worden standaard geraad­pleegd bij beleidswijzigingen en plannen op dit gebied.

Volkstuinen mogen niet worden opgeofferd aan woningbouw of in­frastructuur. Indien echt niet anders kan, vindt er compensatie plaats en biedt de gemeente alternatieve ruimte.

We voeren een adviesraad voor volkstuinen in. Deze raad vormt een aanspreekpunt voor stadsbestuur en gemeenteraad als het gaat om volkstuinenbeleid.

Voor iedere boom die gekapt wordt planten we minstens een levens­vatbare boom terug in de wijk en zo dicht als mogelijk op dezelf­de plek. We zorgen dat het Havenbedrijf en de corporaties aan de herplantplicht worden gehouden en draaien het gemakkelijker maken van bomenkap door particulieren terug.

Er komt daarbij een openbaar berm groenbeheerplan, voor iedere Rotter­dammer te raadplegen. Zodat Rotterdammers snappen waarom en wanneer er onderhoud gepleegd wordt en op tijd bezwaren gemaakt kunnen worden.

Wij voeren ja- ja stickers in op de brievenbus. Alleen met zo’n sticker mag er niet persoonlijk geadresseerd drukwerk door de brievenbus. Drukwerk reclame is ouderwets, onpersoonlijk en toont geen respect voor een goede relatie met klanten die niet op de digitale snelweg zitten.

Gescheiden inzamelen van afval wordt uitgebreid met organisch afval. Deze stroom wordt gebruikt voor de productie van elektriciteit via efficiënte vergistingsinstallaties. Het aantal inzamelpunten voor gescheiden afvalinzameling gaat drastisch omhoog. Gescheiden afval belandt niet langer op één grote hoop in de verbrander.

We pakken milieuvervuiling aan. We spreken strengere normen af voor schoon en veilig produceren door bijvoorbeeld gronduitgifte en vergunningen. We maken geen deals meer met bedrijven om de normen te versoepelen. We stoppen zo snel mogelijk met het gebruik van weggooi plastic. De lozingen van gevaarlijke stoffen en warmte in onze rivieren moet stopen.

 Producenten krijgen een eerlijke prijs voor een zo milieuvriendelijk, diervriendelijk en sociaal rechtvaardig mogelijk product waarbij ook een leefbaar loon wordt betaald aan werknemers. Het milieu, dierenwelzijn, en rechten van werknemers worden nadrukkelijk meegenomen in de uiteindelijke prijs van het product. Als dit leidt tot hogere prijzen voor de consument wordt er met aanvullend sociaal beleid gezorgd dat iedereen de toegang behoudt tot basisbehoeften.

We bouwen aan een circulaire economie, door het recyclen van grondstoffen en stimuleren van nieuwe technologieën. We bestrijden de wegwerpeconomie en met regels en heffingen dwingen we af dat producten langer meegaan, te repareren zijn en dat zij veel schoner worden gemaakt.

De Rotterdamse afvalverbrandingsovens verbanden geen geïmpor­teerd afval. Voor eventuele gevolgen voor de werkgelegenheid komen er fatsoenlijke regelingen. De afvalkosten voor schepen in de Rotterdamse haven worden verwerkt in het haventarief om dumping van afval voor de kust te stoppen.

Luchtkwaliteit

De DCMR krijgt meer inspecteurs om ook onverwachtse inspecties te kunnen doen. Zo wordt de kans op ongelukken verkleind en de kans op naleving van de milieuregels vergroot.

Om de CO2- en fijnstof-uitstoot van de haven tegen te gaan wordt transport per vrachtwagen ontmoedigd en transport over het spoor of binnenvaart gestimuleerd. Aan schepen die de Rotterdamse haven aandoen worden strengere eisen gesteld wat betreft uitstoot van CO2 en fijnstof.

Het walstroomnetwerk in de havens wordt verder uitgebreid en aan­gepast voor cruiseschepen.

De milieuzones moet weer ingevoerd worden. Compensatiemaatregelen voor bedrijven en particulieren blijven daarbij van kracht. Voor scooters en brommers wordt een roetfilter verplicht. Tweetakt­brommers gaan onder de milieuzone vallen. Binnen de ruit geld een maximum snelheid van 30 km. Autoverkeer door de binnenstad wordt ontmoedigd door delen van de binnenstad autovrij te maken. De P&R’s buiten de stad blijven gratis.

Bevoorrading van winkels met elektrische bestelwagens wordt uitge­breid. We pleiten verder voor ‘hubs’ in de periferie van de stad waar alle besteldiensten hun pakketten afleveren. Vanuit de hubs worden de pakketten per wijk door middel van elektrische bestelwagens en bakfietsen bezorgd.

Rotterdamse productiebedrijven worden strikt gehouden aan hun milieuverplichtingen die, als het aan ons ligt, strenger worden. Trans­port van gevaarlijke stoffen, zowel per spoor als per vrachtwagen, moet ver buiten de stad plaatsvinden en tot een minimum worden teruggebracht.

Ouders worden zoveel mogelijk ontmoedigd kinderen met de auto naar school te brengen.

De gemeente blijft actief bij de landelijke politiek pleiten voor het herstellen van de 80-km zones op de snelwegen rond de stad. Verkeer dat niet als bestemming de stad heeft, blijft zo lang mogelijk op de ring rijden.

De gemeente zorgt ervoor dat probleemzones zoals de ‘s Graven­dijkwal, de Schiekade, de Pleinweg en Overschie met spoed worden aangepakt vanwege overschrijding van de Europese normen. Er blijft 1 rijbaan over voor doorgaand verkeer. Op de andere komt een OV en taxi baan. Zo komt er een snelle en goedkope OV verbinding tussen Zuid, het RMC en CS tot stand.

Er komt geen derde Brienenoordbrug. Bekeken wordt hoe een goede snelle aparte bus en stads distributie baan gerealiseerd kan worden via de bestaande oeververbindingen.

Openbaar vervoer moet toegankelijk en betaalbaar zijn voor iedereen. Daarom moet al het OV moet regionaal in publieke handen komen. Op veel plaatsten is het openbaar vervoer verschraald of helemaal verdwenen en is er sprake van vervoersarmoede. We investeren in OV, deelvervoer, lopen en fietsen en niet meer in nieuw asfalt voor bredere en langere files. Het busvervoer moet voldoende zijn in alle wijken. Daarbij moet vervoer op maat mogelijk zijn, in het bijzonder voor gehandicapten. Stads- en streekvervoer maken we gratis voor de ouderen en de jongeren.

We willen niet méér, maar minder vliegverkeer op Zestienhoven. Vliegen moet voortaan schoner, door vervuilende en lawaaierige vliegtuigen te weren en nachtvluchten te verbieden. Vliegen moet ook eerlijker, door mensen die veel vliegen meer te laten betalen voor de CO2-uitstoot, zonder vliegen voor anderen onbetaalbaar te maken.

Dierenwelzijn

We staan geen evenementen met levende dieren toe, zoals circussen, braderieën en levende kerststallen.

We blijven de Minimax-dierenkliniek steunen, waar minima met hun huisdieren tegen sterk gereduceerde tarieven terecht kunnen. We helpen de dierenopvang met goede huisvesting

Dierenopvang en dierenambulances worden ruimhartig gefaciliteerd.

We organiseren publieksvoorlichting over de omgang met huisdie­ren en vrij levende dieren, met een voorlichtingsfolder, -site en tele­foonlijn. We geven betere voorlichting aan (jonge) kopers van kleine huisdieren.

Wij ondersteunen de stichting Zwerfkatten Rijnmond met hun werk: het vangen en opvangen van zwerfkatten en ze na neutralisatie weer terugbrengen naar hun oude stek. Dit in tegenstelling tot het afschie­ten van katten, zoals in veel gemeenten gebeurt.

Groen- en oeverbeheer houdt rekening met de leefomstandigheden van vogels, insecten, vissen en ongewervelden. Soms is niets doen het beste beheer.

Ieder Rotterdams kind krijgt natuur- en milieueducatie (NME); er komen meer schooltuinen. Het netwerk van kinderboerderijen hou­den we in stand en breiden we uit. Kinderboerderijen moeten wel een SKVB-keurmerk hebben.

Gezelschapsdieren worden alleen nog verkocht door erkende fokkers en niet via een dierenspeciaalzaak. Natuurlijk kunnen dieren ook aan­geschaft worden vanuit een dierenasiel. Ouderen moeten hun huisdier mee kunnen nemen naar verzorgingshuizen.

Honden moeten verplicht een identificatiechip krijgen. Voor katten stimuleren we dat zo veel mogelijk. We helpen de dierenbescherming bij chipacties en wijzen eigenaren op het belang van chippen. Het honden uitlaatbeleid wordt verbeterd, in samenspraak met de buurt en de hondenbezitters. Per wijk wordt met alle gebruikers van groen bekeken waar honden uit- of losgelaten kunnen worden. We regelen automaten met poepzakjes en voldoende vuilnisbakken. Als er meer geld nodig is regelen we dat.

Bedreigde dieren in de stad, zoals egels, vleermuizen en vlinders moet beter beschermd worden. Voor de met uitsterven bedreigde bijen en insecten moet een apart plan van aanpak gemaakt worden: zij zorgen tenslotte goeddeels voor de instandhouding van het groen.

Er moeten meer duiventillen komen. Daarnaast houden we op met het schudden van eieren maar verwisselen we de duiveneieren voor steneneieren.

Overlast gevende dieren, vogels en insecten moeten zo diervriendelijk mogelijk bestreden worden. Doden heeft geen zin omdat de populatie zich snel weer aanvult. We lichten Rotterdammers beter voor over preventieve maatregelen tegen overlast.

Netwerk Klimaat

Bekijk de site van Organisator

Milieucentrum Utrecht

Oudegracht 60
Utrecht,
+ Google Maps